Een pathway voor een zorgzame buurt

Vanuit een krachtgerichte visie en met de nodige omkadering klinkt de herwonnen aandacht voor het sociaal netwerk mooi. Toch loopt het in de praktijk zelden van een leien dakje. Er zijn heel wat drempels, zowel bij hulpverleners als bij cliënten, om voluit in te zetten op de kracht van het sociaal netwerk. Zo beschikt niet iedere burger over een (krachtig) netwerk waarop hij of zij voor ondersteuning kan – of wil- rekenen. Of hulpverleners missen praktische handvaten om er mee aan de slag te gaan.

We stellen samen vast dat iedereen ook zoekende is hoe het informeel netwerk en de eigen krachten van de personen met een ‘zorgnood’ actiever kunnen ingezet worden. Een betrokken omgevingscontext, een sociaal netwerk dat ‘meedoet’ biedt de grootste garantie op duurzame verandering en grotere levenskwaliteit.  Het formele aanbod biedt ook niet altijd een antwoord op ‘kleine’ noden die wel het cement vormen ‘om het huis recht te houden’.

We vertrekken van een geïnformeerde en geactiveerde patiënt die, met betrokkenheid van zijn omgeving en met professionele ondersteuning, zelf de regie opneemt van het eigen zorgproces. Dit vraagt echter een omschakeling in de organisatie van het ondersteunings-, hulp- en zorgaanbod in onze regio. Wij willen hier vertrekken vanuit het concept van ‘buurtgerichte zorg’ zoals uitgewerkt in de publicatie ‘Buurtgerichte Zorg. De actief zorgzame buurt als toekomstmodel voor Vlaanderen en Brussel’. (uitgave van de Vereniging van Vlaamse Dienstencentra (VVDC) en het Kenniscentrum Woonzorg Brussel).

We pasten dit stappenplan licht aan, zoals in het schema hieronder, zodat het optimaal binnen het huidige project past. Op basis van de ervaringen uit die proefwijken, zal dan een stapsgewijze uitrol naar andere gebieden gebeuren, met het oog op een uitrol over het volledige projectgebied. Zelfs bij uitrol over het volledige projectgebied blijven tailormade acties voor wijk of regio de norm.

Per buurt worden er dus aandachtspunten en adviezen geformuleerd, waar de verschillende betrokkenen mee aan de slag kunnen. Het is belangrijk dat het bovenstaande proces zo veel mogelijk bottom-up tot stand komt . We inspireren ons daarbij op de ouderenbehoefteonderzoeken van de VUB, waarbij vrijwillige peers werden ingezet voor een huis-aan-huis bevraging. Naast een algemene roadmap wordt ook aandacht besteed aan een wijkgerichte zorg roadmap met verschillende proefwijken waar men op verschillende wijze informele en formele zorg verbindt én tailormade preventieve acties formuleert voor wijk en/of regio. Zo gaan we in de actie rond kwetsbare zwangerschappen naar buurtcentra en gemeenschapsvoorzieningen om ter plaatse gericht pre- en postnatale informatie op maat te geven, werkt het ouderenexpertiseteam met sleutelfiguren uit de wijk en willen we de implementatie van buurtnetwerken uittesten.

Twee acties hebben specifiek als primair doel de ondersteuning van het sociaal netwerk.

Onze eerste actie van pathway drie richt zich tot de doelgroep van professionele zorgverleners. We willen hen ondersteunen in het netwerkgericht werken door het werken aan een gedeelde visie, door het bieden van een overzicht van verschillende methodieken, door mee op zoek te gaan naar hoe deze denkwijze ingebed kan worden in de Tiense organisaties, en hoe we elkaar daarin kunnen ondersteunen. Het doel blijft dus van mensen “in hun kracht” te zetten en van hen te ondersteunen bij het met de eigen sterktes en mogelijkheden aan de slag te laten gaan. We doen dit echter door aan de slag te gaan met de professional, zodat elk van hen het krachtengericht werken toepast. Op die manier kunnen we potentieel veel meer mensen/patiënten bereiken.

Met de tweede actie willen we een zorgpad/zorgmodel uittesten dat mantelzorgers ondersteunt in het leggen van de zorgpuzzel betreffende de opgenomen zorgtaken, waarbij de knelpunten (zorgnoden- en wensen) in kaart worden gebracht. Op deze manier geven we de persoon zelf en zijn mantelzorgers een duidelijke en onderling afgestemde stem in het zorgproces. Centraal hierbij zal het mantelzorggesprek staan. Tijdens dit gesprek wordt het probleem geanalyseerd, mogelijkheden of alternatieven opgelijst, gevoelens en motieven verhelderd en onderlinge waarden afgewogen (naar Deltour, 1999). Het uiteindelijke doel is dan van een zorgplanning te ontwikkelen die is afgestemd met de zorgbehoevende waarbij er een duidelijke rolverdeling onder de mantelzorgers voorzien is. We gaan expliciet aan de slag met mantelzorggroepen teneinde in de situatie waarbij er meerdere mantelzorgers zijn, hen te ondersteunen in het samen en afgestemd mee richting geven aan de zorg. Bij de geïnteresseerde zorgbehoevenden die weinig tot geen netwerk hebben, plannen we aan de slag met het ontwikkelen van buurtnetwerken.

Deze tweede actie is dus meer gericht naar de zorgbehoevende en zijn netwerk, terwijl de eerste actie gericht is naar de professionele zorgverleners. We kunnen besluiten dat beide acties een gemeenschappelijk doel hebben, maar een verschillende doelgroep. Toch zullen ze op elkaar afgestemd dienen te worden. Zonder deze afstemming eindigen we anders weer in een situatie waar we niet dezelfde taal spreken maar toch hetzelfde willen bereiken, dubbel werk leveren en dus niet geïntegreerd bezig zijn. De trekkende partners van beide acties zijn zeker bereid om samen aan deze integratie te werken.