Onze regio in cijfers

Socio-economische en socio-demografische factoren

Algemeen:

  1. meer inwoners ouder dan 65 jaar
  2. meer inwoners met kansarmoede
  3. meer alleenstaanden

We merken dat er wel een aantal lokale verschillen zijn binnen onze regio:

De rode cijfers duiden op een afwijking t.o.v. het Vlaamse Gewest gemiddelde. De prevalentie in de desbetreffende gemeenten is hoger in vergelijking met het Vlaamse Gewest.

  • Er zijn meer alleenstaanden ouder dan 75 jaar in 37,7% in Tienen, 34,8% voor alle gemeenten in onze zorgregio (34,4% in Vlaanderen, Provincies in cijfers). Het aantal alleenstaanden is lager dan gemiddeld bij de personen met statuut chronische aandoening (34,4% vs 37,7% nationaal, IMA). Met bijkomende proxy’s voor kansarmoede stijgt dit tot 65% (IMA data).
  • De levensverwachting in regio Tienen en Zoutleeuw zijn de laagste van Vlaams Brabant: In Zoutleeuw is dit 78,7 jaar (vs 83,5 jaar in Oud Heverlee) (2013)
  • Het aantal leefloners is in stijgende lijn in Tienen is 6,38 tov 4,24 op 1000 in Vlaanderen (2015)
  • Het aantal niet werkende werkzoekenden in Tienen is 5,9% tov 4,9% in Vlaams Brabant. Vooral de jonge laaggeschoolde groep is in 2016 gestegen met 4,9%.
  • Het opleidingsniveau: Alleen in Tienen zijn er meer laaggeschoolden (1,8%) dan gemiddeld in Vlaanderen(1,5% Provincie in cijfers). De rest van onze regio heeft minder laaggeschoolden dan het Vlaams gemiddelde. Zoutleeuw kende een stijging van 14% van laaggeschoolden (2015 op 2016).
  • Er zijn duidelijk minder hooggeschoolden in onze regio.
  • Het aandeel burgers met verhoogde tegemoetkoming stijgt vooral in Tienen (13,5% tov 10,3% in onze zorgregio)
  • Hoger percentage burgers met achterstallig krediet is in stijgende lijn in Tienen (5,6% vs 3,2% Vlaanderen)
  • Hoger aandeel geboorten in kansarmoede in Tienen : 10,4% van alle geboorten in 2015 vs 7,1 % in Vlaams Brabant.
  • Overgewicht onder jongeren

Prevalentie van chronische ziekten

  • Het aantal burgers met het statuut chronische aandoeningen (9.979 op 99.896 in 2014 = 10%) is hoger dan het Vlaamse gemiddelde.
  • Meer cardio-vasculaire aandoeningen (IMA data: 67,2% bij 10.000 patiiënten met statuut chronisch zieke in onze zorgregio vs 63% nationaal, 2014 )
  • Uit de gegevens van het Regionaal Ziekenhuis Tienen (zie onderstaande tabel), blijkt bovendien dat op het totaal aantal verblijven uit de regio, CNI en diabeters relatief het meeste voorkomen. Wat CNI betreft zijn het voornamelijk inwoners van Glabbeek, Boutersem en Hoegaarden die naar het RZ Tienen komen. Voor wat betreft diabetes betreft het voornamelijk inwoners uit Geetbets, Glabbeek, Hoegaarden, Zoutleeuw en Landen.

Zorggebruik

 

Verschillen in zorggebruik:

  • De huisarts wordt bovengemiddeld geraadpleegd 95,6% van de 10.000 chronisch zieken raadplegen de huisarts (vs 91,9% nationaal). 51,3% van de 10.000 chronisch zieken heeft meer dan 10 contacten (vs 43,8% nationaal). Gemeente Hoegaarden is een prioritaire zone voor de premies voor de ondersteuning van de huisarts.
  • Preventieve Tandzorg: Preventieve tandzorg ligt onder het gemiddelde in Tienen, Landen en Glabbeek.

  • Meer thuisverpleging: 14,5% van patiënten met statuut chronische ziekten heeft thuisverpleging vs 11,3% nationaal. In verhouding meer forfait A en B (8,2% en 6,9% vs 6,3% en 5,7% op nationaal niveau, IMA)
  • Psychische zorg: Zowel in de gehele populatie als bij de chronische zieken zijn er meer consultaties bij de psychiater (4,5% in de gehele populatie vs 3,7% nationaal, 12,5% in de groep chronisch zieken van onze zorgregio vs 11,5% nationaal). Het aantal personen die beschut wonen is significant hoger (0,9% vs 0,4% bij de nationale patiënten met het statuut chronisch zieke)
  • Significant meer polyfarmacie (25,1% van chronisch zieken polyfarmacie > 6mnd in 2014 vs 22,3% nationaal)
  • Specialist: Het aantal consultaties bij de specialist is onder het gemiddelde voor onze gehele populatie en bij onze chronisch zieken. Er is een significante minderconsumptie van specialistische zorgen indien er proxy’s voor kansarmoede worden gehanteerd (60,8% vs 70,9% bij alle chronisch zieken). Vinden kansarmen de weg naar de specialistische zorg?
  • Minder opnames: In de groep met proxy’s voor kansarmoede zijn er significant minder opnames (8,7% vs 11,2% van alle chronisch zieken in onze regio) . De populatie als geheel doet minder beroep op spoedgevallen in onze regio (14,8% vs 16,1 % nationaal, IMA). Ook de groep chronisch zieken met meerdere opnames is kleiner in onze regio (11,2% vs 11,7% nationaal, IMA).
  • Heropnames: significante stijging van het aantal heropnames boven de leeftijd van 65jaar. Zie dataset van RZ Tienen

Kanttekening: Mogelijks kunnen deze hogere percentages te maken hebben met een grotere vergrijzingsgraad in onze regio.

 

  • Levenseinde zorg: Significant meer Belgen brengen de laatste fase van hun leven door in het ziekenhuis
  • Wanneer we naar onze zorgregio kijken is dit nog meer uitgesproken. In de stad Tienen brengen sterft 58% in het ziekenhuis (vs 49% Vlaams Gemiddelde).Dit zijn voornamelijk de patiënten uit het WZC die hun laatste fase in het ziekenhuis doorbrengen.